Kortere opzegtermijn in de eerste 6 maanden: dit moet je weten

Vanaf 1 augustus 2026 verandert er iets fundamenteels aan de opzegtermijnen bij nieuwe arbeidsovereenkomsten. Voor arbeidsovereenkomsten die een aanvang nemen voor deze datum verandert er niets.
👉 Nieuwe regel:
Tijdens de eerste 6 maanden geldt altijd 1 week opzegtermijn.
Dit geldt:
- zowel voor de werkgever
- als voor de werknemer
Wat was het vroeger?
De eerste maanden waren tot nu toe een pak minder eenvoudig en vooral langer.
Bij ontslag door de werkgever:
- 0–3 maanden: 1 week
- 3–4 maanden: 3 weken
- 4–5 maanden: 4 weken
- 5–6 maanden: 5 weken
Bij ontslag door de werknemer:
- 0–3 maanden: 1 week
- 3–6 maanden: meestal 2 weken
👉 Kortom: wie zelf vertrok, zat vaak langer vast dan vandaag.
Wat verandert er concreet?
1. Alles wordt 1 week tijdens de eerste 6 maanden van de arbeidsovereenkomst
- Werkgever zegt op → 1 week
- Werknemer zegt op → 1 week
👉 Dat is nieuw: ook voor werknemers wordt het korter en eenvoudiger.
2. Praktisch = nieuwe proefperiode
Officieel komt de proefperiode niet terug.
Maar in de praktijk:
- kan je snel stoppen
- kan je snel bijsturen
👉 De eerste 6 maanden worden opnieuw een testfase.
3. Minder belang van tegenopzeg
Omdat alles 1 week wordt, verliest de tegenopzeg quasi zijn nut tijdens de eerste zes maanden van de arbeidsovereenkomst.
Wat betekent dit?
Voor werkgevers
- sneller corrigeren bij mismatch
- minder risico bij aanwerven
Voor werknemers
- makkelijker vertrekken
- maar ook minder zekerheid in het begin
Conclusie
👉 Eerste 6 maanden = 1 week opzeg, voor beide partijen
Eenvoudiger kan het niet.
Maar zoals vaak: meer flexibiliteit betekent ook minder bescherming.